DIAMANTGLOSSARIUM Diamond shopping in Antwerpen, Wereld Centrum voor Diamant

Het "Gemmological Institute of America" werd opgericht te Los Angeles in 1931. Het ontwierp een internationaal gebruikt gradatiesysteem.

Schittering:
De schittering doet een diamant ‘fonkelen’. Als er wit licht op de diamant schijnt, geeft dit een oplichtend effect. Een in de juiste proporties geslepen diamant verhoogt de reflectie van het licht en geeft een maximale schittering.
Briljant:
Een rond geslepen diamant met 57 facetten met de voorgeschreven proporties. Deze slijpvorm heeft een optimale schittering en lichtreflectie.
Caraat:
Het gewicht van een diamant wordt uitgedrukt in caraat. Eén caraat is 200mg. Hoe zwaarder de diamant, hoe duurder hij is. Het woord ‘caraat’ is afgeleid van ‘carob’, de pit van de Johannesbroodboom. In vroegere tijden werden diamanten gewogen door ze te vergelijken met Johannesbroodboompitten. Een Johannesbroodboompit weegt eveneens 200mg.
Zuiverheid:
De zuiverheid van een diamant wordt gemeten aan het aantal insluitsels of onvolmaaktheden aanwezig in de steen. Hoe minder onvolmaaktheden, hoe zuiverder.
Zuiverheidsgraden:
FL = Flawless. Dit betekent dat er geen interne of externe insluitsels zijn die met een vergrootglas dat 10 x vergroot, zichtbaar zijn. Dit is de beste en duurste zuiverheidsgraad.
IF = Internally Flawless. Dit betekent dat er voor het ervaren oog geen interne insluitsels zichtbaar zijn onder een 10x vergrootglas. Er is een minimale externe imperfectie.
VVS-1 = Very Very Small inclusions 1. Meestal is er slechts één minuscuul insluitsel, dat zelfs voor een ervaren oog moeilijk zichtbaar is met een 10x vergrootglas.
VVS-2 = Very Very Small inclusions 2. Minuscule insluitsels, enkel zichtbaar voor het ervaren oog met een 10x vergrootglas.
VS-1 = Very Small Inclusions 1. Zeer kleine insluitsels, zichtbaar met een 10x vergrootglas.
VS-2 = Very Small Inclusions 2. Zeer kleine insluitsels, zichtbaar met een 10x vergrootglas.
SI-1 = Small Inclusions 1. Kleine insluitsels, zichtbaar met een 10x vergrootglas.
SI-2 = Small Inclusions 2. Meerdere kleine insluitsels, zichtbaar met een 10x vergrootglas.
SI-3 = Small Inclusions 3. Insluitsels die voor een expert reeds met het blote oog zichtbaar zijn.
I-1 = Included 1. Insluitsels die zichtbaar zijn met het blote oog.
I-2 = Included 2. Vele insluitsels die duidelijk zichtbaar zijn met het blote oog en die een effect hebben op de schittering.
I-3 = Included 3. Vele insluitsels die duidelijk zichtbaar zijn met het blote oog. De schittering is nauwelijks aanwezig en de structuur van de diamant is van die aard dat hij gemakkelijk zou kunnen breken of afbreken.
Wolk:
Een groep van heel kleine interne insluitsels. Kleine wolkjes beïnvloeden de schittering van de diamant niet, een groep van wolkjes echter wel.
Kleur:
Een diamant moet zo kleurloos mogelijk zijn. De kleurgraad beschrijft de kleurschakeringen in de diamant. D is perfect kleurloos. Deze kleur komt slechts zelden voor en is heel duur. De kleurschaal gaat van D tot Z en geeft een indicatie van gele tot en met bruine tinten. Een expert kan de verschillen in dicht bij elkaar liggende kleurschakeringen ontdekken, maar ook een leek kan kleurverschillen die enkele gradaties uit elkaar liggen onderscheiden mits een beetje oefening. Roze, blauwe, rode en groene diamanten komen ook voor, maar deze zijn zeer zeldzaam en bijgevolg ook zeer duur. Deze gekleurde diamanten volgen het normale kleur/prijs systeem niet en worden afzonderlijk geprijsd.
Kleurschaal:
D= uitzonderlijk wit +
E= uitzonderlijk wit
F= zeldzaam wit +
G= zeldzaam wit
H= wit
I-J= licht getint wit
K= getint wit
M, N-O, P, S-Z= getinte kleur
Culet:
De culet is het onderste facet van een diamant. Een kleine of middelgrote culet is het mooist. Een grote culet laat immers het licht ontsnappen in plaats van het te reflecteren. Indien er geen culet is kan de onderkant van de diamant gemakkelijk afbreken.
Slijpvorm:
Gewoonlijk wordt deze term gebruikt om te verwijzen naar de vorm van de steen (rond, peer, ovaal, enz.) en naar de exacte geometrische proporties. De proporties zijn de meest belangrijke factor om te bepalen in welke mate de steen schittert, onafhankelijk van de vorm.
Ideale proporties:
Dit betekent dat een ronde diamant zodanig geslepen wordt dat alle facetten in perfecte verhouding met elkaar staan. Enkel de beste slijpers bereiken deze graad van perfectie.
Zeer goede slijpvorm:
Een diamant met een zeer goede slijpvorm moet voldoen aan zeer strikte eisen wat betreft de proporties van de diepte en de tafel. Deze proporties geven de diamant een maximale schittering en ijsachtig vuur.
Goede slijpvorm :
Een diamant met een goede slijpvorm heeft aanvaardbare maar geen perfecte proporties. De schittering en het vuur zijn echter goed, zodat deze slijpvorm zeer geschikt is voor juwelen.
Middelmatige slijpvorm :
Een diamant met een middelmatige slijpvorm heeft zeker geen perfecte proporties. Hij wordt op deze manier geslepen om het grootst mogelijke gewicht te behouden. Dit gaat ten koste van de schittering van de steen.
Povere slijpvorm:
Een diamant met een povere slijpvorm is dof, glansloos. Deze diamanten zijn niet geschikt voor juwelen.
Diepte:
De diepte van een diamant wordt gemeten vanaf de culet onderaan tot de tafel bovenaan.
Dieptepercentage:
Het dieptepercentage is de hoogte van de diamant gedeeld door de breedte. De diepte is cruciaal voor een optimale schittering. Wanneer het dieptepercentage te laag is, zal de diamant zijn schittering verliezen.
Eye-clean:
Dit betekent dat de diamant geen zichtbare insluitsels vertoont aan het blote oog.
Facet:
Facetten zijn de vlakken die door de slijper aangebracht worden op de diamant.
Vuur:
Het vuur van een diamant is het gekleurde licht dat van binnenin de steen gereflecteerd wordt. Indien wit licht op de diamant schijnt, wordt het gebroken in alle kleuren van de regenboog. Een diamant werkt immers als een prisma. Enkel diamanten die perfect geslepen zijn, hebben ook een mooi vuur.
Fluorescentie:
Bepaalde diamanten verspreiden een blauwachtige schijn onder ultraviolet licht. Een diamant mag eigenlijk geen sterke fluorescentie hebben, maar een lichte fluorescentie heeft geen invloed op de schittering van de diamant. Sommige klanten verkiezen zelfs een lichte fluorescentie, omdat deze de gele kleur van de iets minder dure diamanten compenseert.
Rondist :
De rondist is het smalle vlak dat de grens vormt tussen de bovenkant ( kroon ) en onderkant ( paviljoen ) van de diamant. Dit is gewoonlijk de plaats waar de zetting de diamant vasthoudt. De rondist kan ruw of geslepen zijn, maar allebei zijn eigenlijk goed omdat het de schoonheid van de diamant niet beïnvloedt.
Insluitsel:
Insluitsels zijn de interne onvolmaaktheden in een diamant, zoals een vlek of elke andere onregelmatigheid. Onregelmatigheden kunnen o.a. een breuk zijn, een kleinere diamant in de grotere, vloeistof enz. In diamanten met een SI-3 zuiverheid ( lage kwaliteit ) kunnen de insluitsels reeds met het blote oog waargenomen worden. In diamanten met een hogere kwaliteit zijn de insluitsels enkel zichtbaar met een vergrootglas. Hoe minder insluitsels, hoe hoger de zuiverheid, hoe zeldzamer de diamant en hoe hoger de prijs
Proporties:
De proporties van een diamant worden bepaald door de juiste verhouding van de facetten. Perfecte proporties verhogen de schittering en het vuur van de diamant. Slechte proporties doen het tegenovergestelde.
Paviljoen:
Het paviljoen is de onderste helft van de diamant, van de rondist tot de culet. Indien het paviljoen te diep is of juist niet diep genoeg, zal de diamant het licht laten ontsnappen. De diamant verliest op die manier vuur en schittering.
Punt:
Met punten drukken we het gewicht van een diamant uit. Eén punt is 1/100ste van een caraat. Een diamant van 0.50 caraat bijvoorbeeld weegt 50 punten.
Briljanteren
Het briljanteren is de laatste stap van het slijpen. Het is een zeer belangrijke stap in het proces. Indien dit goed gedaan wordt, kan dit de schittering en het vuur van de diamant verhogen. Het briljanteren krijgt een gradatie: van ‘poor’ tot ‘excellent’. Enkel een geoefend oog kan het onderscheid maken tussen de verschillende gradaties.
Fonkeling:
De fonkeling ( scintillation ) is de hoeveelheid licht dat gereflecteerd wordt wanneer de diamant beweegt. Het is de combinatie van vuur en schittering.
Symmetrie:
Symmetrie verwijst naar de algemene eenvormigheid van de diamant. De symmetrie wordt net zoals het briljanteren uitgedrukt met een gradatie van ‘poor’ tot ‘excellent’. Een slechte symmetrie zal het vuur en de schittering van de diamant verlagen omdat de diamant het licht doorlaat.
Tafel:
De tafel is het bovenste facet van de diamant. Indien de tafel te klein of te groot is, zal dit de algemene proporties, de schittering en het vuur beïnvloeden.
Tafelpercentage :
Het tafelpercentage is de breedte van de tafel, gedeeld door zijn totale diameter. Het is een zeer belangrijke factor voor de fonkeling van de diamant.

Wat zeggen anderen over ons:
“We (...) gaan Diamondland aanraden aan al onze vrienden die een diamanten ring willen aankomen. Nogmaals bedankt, David”
“(...) Ik ben er zeker van dat we opnieuw langs zullen komen wanneer we nog eens op zoek zijn naar een speciaal geschenk. James” …Lees verder.
Plan uw bezoek:
DiamondLand
Appelmansstraat 33A
2018 Antwerp
Belgium